Pokertermen

Poker is een kaartspel vol jargon. Als je doorgewinterde pokeraars met elkaar hoort praten, dan begrijp je als beginnende pokeraar er waarschijnlijk weinig van. Daarom hebben we de volgende lijst met pokertermen opgesteld.

Pokertermen

Ante. Verplichte inzet die iedere speler aan het begin van de ronde voor het delen moet inzetten.

Bet. Inzet van een speler van een bepaalde hoogte in de pot. Andere spelers hebben nu de keuze om te passen, callen of raisen.

Big blind. Verplichte inzet die de speler 2 posities links van de deler voor het delen inzet.

Blinds. De blinds zijn verplichte inzetten die de twee spelers direct links van de deler voor het delen inzetten. De blinds hebben als doel dat er al wat geld in de pot zit. De speler direct links van de deler zet de small blind in. De speler twee posities links van de deler zet de big blind in. De big blind is doorgaans 2 keer zo hoog als de small blind.

Bluff(en). Bet of raise van een speler met slechte kaarten met als doel om tegenspeler(s) met betere kaarten te laten passen.

Bluff catchen. Een call maken met een marginale hand die alleen een bluff verslaat.

Bring in. De bring in is een verplichte inzet in stud poker varianten. Afhankelijk van de pokervariant moet de speler met de hoogste of laagste door card de bring in verplicht inzetten.

Call. Als een speler meegaat nadat een andere speler gebet of geraised heeft. De speler legt dan hetzelfde bedrag in als de speler die gebet of geraised heeft.

Check. Dit betekent dat een speler beslist niets te doen. De volgende speler mag vervolgens een actie uitvoeren.

Community cards. Dit zijn kaarten die door de deler in het midden van de tafel worden gelegd en door iedere speler gebruikt mogen worden om met de eigen kaarten een zo hoog mogelijke combinatie te vormen. Community cards worden niet in alle pokervarianten gebruikt, maar wel in bijvoorbeeld Texas Hold’em en Omaha.

Continuation bet. Een continuation bet is een bet op de flop van de speler die de laatste preflop raise heeft gedaan. Lees over deze poker movie in ons artikel over c-betting.

Door card. Wat is een door card is, hangt af van de pokervariant. In Texas Hold’em is de door card de eerste zichtbare kaart van de flop. In stud poker is de door card de eerste kaart van iedere speler die zichtbaar is.

Flop. De flop zijn de 3 kaarten die de deler neerlegt na de preflop biedronde. De kaarten van de flop zijn community cards die door iedere speler gebruikt kunnen worden om een zo hoog mogelijke pokercombinatie te vormen.

Flush. 5 kaarten van dezelfde kleur, bijvoorbeeld 2h, 5h, 6h, 10h, Qh.

Fold. Dit betekent passen. Een speler die past geeft zijn of haar kaarten aan de deler en doet die ronde niet meer mee. De speler kan dus de ronde niet meer winnen.

Four of a kind (quads). 4 kaarten van dezelfde waarde, bijvoorbeeld 10h, 10d, 10c, 10s.

Full House. 3 kaarten van dezelfde waarde in combinatie met 2 kaarten van dezelfde waarde, bijvoorbeeld 10h, 10d, 10c, 9h, 9c.

Full ring. Een volle tafel waarop 8 of 9 spelers tegen elkaar pokeren.

Heads up. Dit is de situatie wanneer spelers één tegen één spelen.

High card. De hoogste kaart, bijvoorbeeld Ah. Bij een high card kan een speler met vijf kaarten geen (betere) kaartcombinatie vormen.

Hole card. Kaart die gesloten aan een speler wordt gedeeld. Alleen de speler zelf kan zijn of haar hole cards dus zien.

Merge bet. Situatie waarin je lichter valuebet, omdat je tegenstander licht kan callen. Lees hier meer over in het artikel over merge betten.

Nuts. Meestal de Nuts genoemd. De nuts zijn de best mogelijke kaartcombinatie op dat moment in de ronde.

(One) pair. 2 kaarten van dezelfde waarde, bijvoorbeeld 10h, 10c.

Overbet. Bet or raise die groter is dan de huidige grootte van de pot. Lees meer over deze play in onze artikel over poker overbetten.

Pot. Het totaal van inzetten dat aan het einde van de ronde naar de winnaar(s) gaat.

Preflop. In pokervarianten waarin gespeeld wordt met een flop, betekent preflop de biedronde die plaatsvindt voor het leggen van de flop.

Quads. Synoniem van 4 of a kind.

Raise. De verhoging van de pot door een speler nadat een andere speler al ingezet (bet) heeft. Andere spelers hebben nu de keuze om te passen, callen of reraisen.

Reraise. De verhoging van de pot door een speler nadat een andere speler al verhoogd (raise) heeft. Andere spelers hebben nu de keuze om te passen, callen of (wederom) te reraisen.

River. De river is de vijfde en laatste van de community cards die de deler op tafel legt. De river wordt ook wel fifth street genoemd.

Royal flush. Straat van 10 tot en met aas van dezelfde kleur, bijvoorbeeld 10h, Jh, Qh, Kh, Ah.

Seven card stud. Pokervariant waarin spelers uiteindelijk 7 kaarten ontvangen. Lees de regels van Seven Card Stud.

Showdown. Situatie aan het einde van het spel waarin de spelers die nog in het spel zijn hun kaarten open op tafel leggen. Hierdoor wordt de winnende hand duidelijk.

Small blind. Verplichte inzet die de speler direct links van de deler voor het delen inzet.

Split pot. Situatie waarin twee of meerdere winnaars dezelfde winnende kaartcombinatie hebben. De pot wordt gedeeld door de winnende spelers.

Straight (straat). 5 opeenvolgende kaarten van niet-dezelfde kleur, bijvoorbeeld, 8h, 9c, 10s, Jh, Qc.

Straight flush. 5 opeenvolgende kaarten van dezelfde kleur, bijvoorbeeld 3h, 4h, 5h, 6h, 7h.

Texas Hold’em. De populairste en bekendste pokervariant ter wereld. Lees de regels van Texas Hold’em.

Three of a kind. 3 kaarten van dezelfde waarde, bijvoorbeeld 10h, 10d, 10c.

Turn. De turn is de vierde van de community cards die de deler op tafel legt. De turn wordt ook wel fourth street genoemd.

Two pair. 2 kaarten van dezelfde waarde in combinatie met 2 andere kaarten van dezelfde waarde, bijvoorbeeld 10h, 10c, 9h, 9c.

Under the gun (UTG). Dit is de positie direct links van de big blind.

Meer leren over pokeren?

Wil je meer lezen en leren over dit kaartspel? Bezoek dan ons poker kenniscentrum.